© Evelien Beentjes Twee beroepen op één kussen....een organisatiecoach aan het klussen’’ (december 2011) Sinterklaas is zo diepe in onze cultuur verankerd, dat menigeen in december zijn best doet om te rijmen. Rijmen is eigenlijk tekst en klank ineen, het versterkt elkaar. Rijm krijgt meer betekenis dan tekst en klank alleen. Het relatief nieuwe beroep van organistiecoach is als een rijm. De expertise van organistieadviseur en de vaardigheden van de coach versterken elkaar in het beroep van organisatiecoach. Het verbinden van de twee perspectieven is niet vanzelfsprekend, maar vraagt kennis, vaardigheden en praktijkervaring. Om dat mogelijk te maken werk ik mee aan de ontwikkkeling en uitvoering van de leergang "organisatie coaching in de praktijk" die begin 2012 start. Hopelijk verankert dit nieuwe beroep zich in onze cultuur net zo sterk als het sinterklaas rijm, zodat veranderingtrajecten in organisaties succesvoller zullen verlopen. Voor meer info zie organisatiecoaching.eu “Is een kinderhand wel zo snel gevuld?”(november 2011) Op 28 oktober hadden wij intervisie met en aantal paardencoaches. We waren te gast bij het bij het kersverse bedrijf Buitenpaards van Ageeth van der Sijde en Trinke van Dam. We gingen aan de slag met opstellingen met de paarden van Ageeth en we hebben tot slot nog een tafel- opstelling gedaan. Steeds weer bijzonder om te ervaren is hoe veel invloed ons innerlijk kind heeft op die vraagstukken die wij nu ervaren. Onze dilemma’s, onze uitvluchten de paarden lieten ze helder zien. Het bleek maar weer eens dat het kind in ons helemaal geen genoegen neemt met een handje pepernoten. Een kinderhand is helemaal niet snel gevuld, een kinderhand vraagt aandacht. Foto gemaakt door Trinke van Dam Voor het hele fotoverslag van de intervisiedag klik hier, Powerd by Buitenpaards. “Word je blij van de dingen die je wil?” (oktober 2011) De meeste mensen kunnen daar géén volmondig ja opzeggen. Klas siek voorbeeld is natuurlijk dat we meer geld willen............en maakt geld gelukkig? Maar ook onze vervelende gewoontes, die ons geluk soms toch echt in de weg staan, willen we wel behouden (ook al zeggen we soms ook van niet). Dat we niet alleen maar willen wat ons gelukkig maakt, komt doordat in het limbische deel van onze hersenen twee subsystemen invloed hebben op onze motivatie. Deze subsytemen zijn niet altijd even goed op elkaar afgestemd. Het ene “wanting” gaat over dat wat we willen terwijl het andere “liking” gaat over datgene waar we blij en gelukkig van worden. Aandacht voor het “liking”-subsyteem kan helpen met het op één lijn krijgen van de dingen die je wil en waar je gelukkig van wordt. Solution Focussed coaching, een methodiek waarbij het verlangen als interventie punt wordt beschouwd, kan hier goed voor worden ingezet.............maar natuurlijk alleen als de aandacht niet alleen wordt gericht op het “wanting”-subsyteem. “Je oogst alleen wat je zaait als je ook daadwerkelijk gaat oogsten.”(september 2011) September is de maand dat de herfst, hoe dan ook gedefinieerd begint. Op 1 september begint de meteorologische herfst, op 23 september begint dit jaar de astronomische herfst (om 9.04 om precies te zijn, als de zon loodrecht boven de evenaar staat de zgn. herfstequinox) of gewoon op 21 september, 101 dagen voor de laatste dag van het jaar. Het woord herfst is afgeleid van harbista, waarmee in het Germaans de oogsttijd werd aangeduid. 'Wie zaait zal oogsten' kennen we als uitdrukking, maar zeker in psychologische zin is het nog maar de vraag of we oogsten wat we zaaien. Soms ‘vergeten’ we gewoon te oogsten of we durven het niet (wat vaak hetzelfde is). Oogsten is in psychologische zin nemen wat je toekomt. Wat heb jij gezaaid dat je deze herfst gaat oogsten? “Alleen een OEN ziet een individu.” (augustus 2011) Heb je de groep waarmee de ander zich identificeert (en de groep waar me je jezelf me identificeert) in beeld en ken je de doelen van die groep? (zie vorige motto juli 2011) Dan krijgt nu stereotypering ruim baan. Een stereotype is het vast beeld wat je over de betreffende groep hebt en wat is gebaseerd is op versimpeling, overdrijving en/of generalisatie. Nu wordt stereotypering helaas vaak gebruikt als rechtvaardiging van discriminatie, maar stereotypering is ook een psychologisch fenomeen dat je gebruikt om de complexe werkelijkheid te kunnen hanteren, een soort samenvatting om te kunnen onthouden....en ja dat is altijd en versimpeling van de werkelijkheid, vaak met accent op die dingen die je extra opvallen (overdrijving) en alsof het voor alle groepsleden geldt (generalisatie). Of je wilt of niet je gebruikt stereotypen als kapstok voor je geheugen. Omdat het er toch is kan je er maar beter mee gaan werken. Sterker nog als je dat niet doet en je je niet bewust bent van je stereotype beeld, gebruik je het beeld als werkelijkheid en ga je van daaruit handelen zonder te checken of het klopt. Zolang je de kapstok van het stereotype beeld niet verward met de werkelijkheid, kan je het inzetten als een goede werkhypothese om van daaruit vragen te stellen. De kunst van het vragen stellen is hierbij cruciaal. Valkuil is dat je je vragen zo stelt dat jezelf je werkhypothese zit te bekrachtigen en je je eigen stereotype beeld juist verder vastzet. Open vragen stellen is belangrijk, maar dit is slechts techniek. Een techniek die helpt, maar pas echt vleugels krijgt als je deze hanteert vanuit de Open, Eerlijke en Nieuwsgierige attitude: Wees een OEN. Alleen zo zie je de ander weer als individu, losgeweekt van het stereotype, waarmee een dialoog kan worden aangegaan. “Samenwerken begint bij het voorstellen.” (juli 2011) "Hallo ik ben Ans" ,"Hallo ik ben Evelien" Zegt Ans vervolgens "Ik ben.............". Tja en wat zegt Ans dan, dat ze moeder is, of dat ze fysiotherapeut is, of dat ze hier net is komen wonen, of......... Ze benoemd in ieder geval een deel van haar identiteit. Natuurlijk hangt het een beetje van de setting af welk deel van je identiteit je belicht achter "ik ben..". Hoe je de vraag beantwoordt lijkt individueel, maar geeft feitelijk aan met welke groep je jezelf identificeert. Zo beschrijft Hanneke Klopper in haar proefschrift "Mind the gap" dat artsen zich identificeren met de beroepsgroep, terwijl managers aangeven van welke organisatie zij dan wel managers zijn. Zij identificeren zich daarmee met de organisatie. Dus "Ik ben Truus en ik ben internist" en "Ik ben Marie en manager bij het XXziekenhuis". Vanuit organisatiekundig perspectief is het identificeren met de beroepsgroep buiten de organisatie een bekend fenomeen en wordt als één van de kenmerken van een professional gezien (zie o.m. Mintzberg). Mijn ervaring is overigens dat Marie, niet zal zeggen "Ik ben Marie en manager bij het XXziekenhuis", maar "Ik ben Marie, manager van de afdeling YY, in het XXziekenhuis". In dat geval identificeert de manager zich niet met het ziekenhuis, maar met de een afdeling hierbinnen. In het proefschrift worden o.m. de consequenties hiervan voor samenwerken tussen zowel de artsen (i.c de professionals) en de managers beschreven. Gesteld wordt dat de doelen van de groep waarmee je je identificeert voor jou vanzelfsprekend zijn: "Daarmee is het beroep dat op artsen wordt gedaan om mee te werken aan de doelen van de ziekenhuisorganisatie voor hen niet vanzelfsprekend terwijl het voor managers juist de basis van hun werkzaamheden". Toch zullen artsen en managers in het ziekenhuis (moeten) samenwerken. Samenwerken tussen groepen die andere doelen nastreven, begint met de bewustwording van het feit dat er verschillende doelen zijn en wordt en succes als deze doelen kunnen worden gebundeld in een (vaak hoger liggend) gezamenlijk doel. "De vraag wie ben jij?", is en geeft dus feitelijk antwoord op de vraag "Van welke groep zijn de de doelen voor jou vanzelfsprekend?". Als je goed oplet, weet je dus als je je aan elkaar hebt voorgesteld al met welke groep de ander zich identificeert, en heb je ook al laten zien met welke groep jij je identificeert. Als je vervolgens weet wat de doelen van de betreffende groepen zijn, kan de samenwerking beginnen. Tenminste als je ook checkt ............(zie verder volgende maand). Wie beweegt wie?”(juni 2011) Word je bewogen of beweeg je de ander? Klinkt triviaal maar degene die de ander beweegt toont leiderschap. Wie beweegt wie is niet anders dan de vraag wie leidt en wie volgt. “Wie zijn angst niet kent, kent zich zelf niet.” (mei 2011) Wie zijn angst wel kent heeft meteen een belangrijke clou te pakken wat zijn of haar ontwikkel-thema is, althans dit is zo in het enneagram model. Het enneagram gaat er vanuit dat het kind na de geboorte op een gegeven moment ontdekt dat hij of zij niet (langer) samenvalt met de moeder. De ontwikkeling van de eigen identiteit start dan met het ontwikkelen van overlevingsdrang en angst. Hierin wordt als het ware een patroon ontwikkelt. Het enneagram onderscheidt 9 verschillende identiteiten, allemaal gevoed vanuit een bepaalde basisangst, bijvoorbeeld de basisangst om niet geliefd te worden, of de angst waardeloos te zijn of kwaad gedaan te worden en beheerst door anderen. Al deze verschillende identiteiten, de negen enneagramtypen, ontwikkelen per type samenhangende verlangens, preoccupaties, kwaliteiten en beperkingen. Het mooie van het enneagram model is dat er voor elk type ook een ontplooiingsrichting is, een deugd. Als je je deugd ontwikkelt maak je je meer en meer los van je basisangst. Deugden zijn bijvoorbeeld nederigheid, oprechtheid en onschuld. Persoonlijke ontwikkeling is in dit model je vrij maken van je angsten zodat je een breder perspectief op de wereld krijgt (en ook een breder handelingsrepertoire) dan dat je zelf al ontwikkelt hebt op basis van je identiteitsontwikkeling. Het onder ogen zien van die basisangst is daarbij een belangrijke stap. De vraag hierbij is, in het enneagram model, niet of je je in één van deze basisangsten herkent, maar in welke. Er zijn hierbij de volgende opties: · 1 slecht zijn of tekortschieten · 2.niet geliefd worden · 3 waardeloos zijn · 4 zonder identiteit of persoonlijke betekenis zijn · 5 nutteloos of incompetent zijn · 6 zonder steun of leiding zijn · 7 tekort komen of lijden · 8 kwaad gedaan worden en beheerst worden door andere · 9 verbondenheid verliezen “Als je groeit wordt je groter.” (april 2011) Groei gaat natuurlijk heel geleidelijk, toch nemen we het vaak waar met tussenpozen. Bij anderen maar ook bij ons zelf: Je kijkt elke dag in de spiegel en opeens ben je ouder geworden, niet een dag ouder dan gisteren, maar misschien wel een jaar ouder.........of nog meer. Bij persoonlijke groei gaat dat net zo, je ziet jezelf opeens dingen doen en realiseert je dan ..... “He dat is waar ook, vroeger vond ik dit erg moeilijk, maar nu gaat dit helemaal vanzelf” Het lijkt vaak dat we onze oude beeld lang vasthouden, de groei niet opmerken en dan opeens worden we ons dat gewaar. Dit gaat op voor zowel het beeld wat je van jezelf zelf hebt als het beeld wat je van een ander hebt. Later als ik groot ben.......en dan is het opeens later. Zo realiseerde ik me dat ik, in mijn hoofd, mijzelf nog altijd zag als een beginnend coach. Toen ik in mijn administratie dook (ja ja belastingaangifte-tijd) realiseerde ik me dat ik al weer 10 jaar geleden dit bureau voor coaching (JPC) heb opgericht. Dus wat nou beginnend coach? Nou is JPC helemaal niet zo sterk gegroeid in termen van klanten aantallen en omzet, JPC is nog steeds een parttime-eenvrouws-bedrijf. JPC is daarentegen wel sterk gegroeid in de diepte (ervaring en expertise) en de breedte (wandelcoaching en coaching met paarden). En juist in deze vebreding naar coaching met paarden ontstond vorige maand een nieuwe gedachte: Als je dan toch opeens al 10 bestaat als bureau, heb je dan ook niet iets te bieden aan andere coaches? Tja en dat heeft er weer toe geleid dat ik nu ook voor klanten van andere coaches paardencoachingsessies ga doen. Coachen met paarden is tenslotte een expertise en je hebt er natuurlijk ook de paarden en ruimte voor nodig en daar heeft niet iedere coach de beschikking over. Zelf werk ik ook regelmatig met één paardencoachingssessie in een traject, met daarnaast nog 5 à 6 gesprekken. En ja .....via JPC kunnen voortaan ander coaches dat ook. Om te beginnen organiseer ik op 15 april een kennismaking voor coaches, om zelf te ervaren wat een sessie paarden coaching te bieden heeft. Ik kijk uit naar de toekomstige co-creatie met andere coaches. “Komt wijsheid met de jaren?” (maart 2011) Levenservaring is wel een voorwaarde voor wijsheid, maar geen garantie. Het gaat er ook om wat je met al die levenservaring doet. Deze maand wordt mijn moeder 80 jaar. Ze is nog best jong voor haar leeftijd, maar wel wijs. Aan levenservaring geen gebrek. Ze is positief ingesteld en dat geeft haar kracht. Bij mijn moeder is het altijd mooi weer en in het ergste geval “trekt het al weer bijna open”. ........dat is wijsheid. Henry Ford zei: “Whether you think that you can, or that you can't, you are usually right”. Obama vulde aan “yes we can”. Mijn moeder leeft er naar.......en dat is wijsheid. “Wie schrijft die blijft.”(februari 2011) Een bijna oud-hollands gezegde dat oorspronkelijk betekende dat wie zijn boekhouding goed bijhoudt, de zaak kan overzien, maar wie dat niet doet kan zijn bedrijf niet in stand houden. Later is de betekenis opgeschoven naar: als je iets geschreven hebt word je niet vergeten. In deze laatste betekenis is dit gezegde weer helemaal ‘hot’. Er wordt immers wat afgeschreven. Emailen, twitteren en sms-en en daarnaast ook nog Facebook en Hyves zorgen er voor dat veel mondelinge communicatie nu op schrift gaat. Daarnaast word er ook nog “old school” geschreven in bladen en boeken. Ik maak me schuldig aan beide in januari kwam van mijn hand een artikel in ZM magazine (een blad voor bestuurders, directeuren en toezichthouders in de zorgsector) en op 11 februari komt het boek organisatie coaching in de praktijk uit, waarin ik een hoofdstuk heb geschreven. Leuk natuurlijk maar al dat geschrijf vraagt natuurlijk ook lezers, tja en wie heeft daar nou nog tijd voor? Ik stop nu maar snel met het schrijven van de dit maandmotto, neem ik nu weer even tijd om wat te lezen. Inmiddels is er ook een filmpje over het symposium n.a.v het boek organisatie coaching in de praktijk op youtube verschenen. “Balans houden is als preventief onderhoud: als je het eenmaal ziet dat het moet gebeuren, ben je te laat.” (januari 2011) In balans komen is een hele uitdaging als je er ver van af bent. Onderhoud aan bijvoorbeeld je auto of je huis valt best mee. Tenminste als je het maar regelmatig doet: niet wachten tot de sponningen van je raam wegrotten, maar elke paar jaar een likje verf. Preventief onderhoud dus. Als je helemaal burn-out thuis zit, heb je eigenlijk de sponningen van je raam laten wegrotten en “vergeten” af en toe te verfen. Maar dat geldt ook voor als je te dik of juist te mager bent geworden, slechte gewoontes hebt aangenomen e.d. Het nieuw jaar is voor velen een bron van inspiratie om de balans weer terug te vinden. Te laat voor onderhoud.....dan maar herstel. Op 1 januari gaan er weer nieuwe sponningen in. Bij mij is dat in ieder geval wel het geval. Niet alleen vliegen in gedachten bij mij de kilo’s er weer af in 2011, ook mijn conditie wordt weer top........Ik geef toe dit voornemen heb ik vaker rond deze tijd............Ken je dat? Wat is jouw goede voornemen? Hoe zeker weet je dat het je gaat lukken? Wat is nodig om dat de kans van slagen voor je te vergroten?......Nou laten we dat dan maar gaan doen. Archief maandmotto’s 2011 JPC Je Persoonlijke Coach